Het kabinet beloofde ‘vóór de zomer’ met een voorstel te komen voor reparatie van de youngtimerregeling, maar deze hele zomer blijft nog vol onduidelijkheid voor zakelijke youngtimerrijders. Het kabinet komt op z’n vroegst in augustus met meer duidelijkheid.
Het kabinet beloofde ‘vóór de zomer’ met een voorstel te komen voor reparatie van de youngtimerregeling, maar deze hele zomer blijft nog vol onduidelijkheid voor zakelijke youngtimerrijders. Het kabinet komt op z’n vroegst in augustus met meer duidelijkheid.
De Tweede Kamer haalde eind november pardoes een streep door de youngtimerregeling, met als gevolg dat de handel in zakelijke youngtimers nagenoeg stilviel. Youngtimerspecialisten kwamen in de problemen omdat ze al verkoopvoorraad voor de komende maanden hadden staan. Weliswaar was er wel eerder sprake geweest van het afbouwen van deze regeling voor zakelijke rijders, maar niemand had verwacht dat dat zo plotseling zou gebeuren. ‘Dit is een overval,’ meldde de branche paginagroot in krantenadvertenties.
Het slopen van de youngtimerbranche was niet wat Tweede Kamerlid Pieter Grinwis beoogd had. Daarom diende hij in maart een nieuwe motie in, waarin de regering werd opgeroepen de regeling te repareren. Die motie ‘verzoekt de regering voor de zomer met opties te komen voor een geleidelijker transitiepad voor de youngtimerregeling’. Het idee daarachter was dat de branche snel duidelijkheid zou krijgen, want juist de onzekerheid is fnuikend voor de verkopen op dit moment.
‘Kiezen in schaarste’
Vandaag heeft staatssecretaris Eerenberg aan de Tweede Kamer een aantal opties voorgelegd. Daarbij tekent hij direct aan dat er geen financiële dekking is voor die opties, dus dat er ergens geld vandaan gehaald zal moeten worden. Daarbij laat hij ook nog weten dat het eventueel invoeren van een greentimerregeling (voor gebruikte elektrische auto’s) eveneens geld kost. Hoe meer er aan de youngtimerregeling wordt uitgegeven, hoe minder er voor de greentimerregeling overblijft, schrijft hij aan de Kamer: “Dit zal kiezen in schaarste zijn. Hoe ruimer het afbouwpad voor de youngtimerregeling wordt, hoe minder financiële ruimte er is voor de greentimerregeling.” Waarom die twee regeling als yin en yang aan elkaar verbonden zijn, vermeldt de brief overigens niet.
Vier opties
“Het kabinet vindt de greentimerregeling in combinatie met het afbouwen van de youngtimerregeling een interessant idee,” staat te lezen in de Kamerbrief van Eerenberg. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat de youngtimerregeling ongewijzigd in stand blijft voor alle auto’s van 16 jaar en ouder, al wordt deze mogelijkheid wel genoemd in de brief. De andere opties zijn:
Auto’s met een eersteregistratiedatum van 31 december 2010 of eerder blijven voor altijd in de youngtimerregeling. Voor auto’s met een later bouwjaar gaat de leeftijdsgrens naar 25 jaar.
Auto’s met een eersteregistratiedatum van 31 december 2010 of eerder mogen tot uiterlijk 31 december 2031 gebruik blijven maken van de youngtimerregeling. Daarna gaat de leeftijdsgrens naar 25 jaar.
Leeftijdsgrens youngtimerregeling per 2027 naar 17 jaar, per 2028 naar 20 jaar en per 2032 naar 25 jaar.
Greentimerregeling
Het kabinet heeft ook een idee voor de greentimerregeling, die bedoeld is om gebruikte elektrische auto’s aantrekkelijker te maken voor zakelijke rijders. Die regeling is bedacht omdat gebruikte elektrische auto’s op grote schaal naar het buitenland verdwenen, waar wél aantrekkelijke regelingen voor gebruikte elektrische auto’s bestaan. Het kabinet denkt daarom aan een bijtellingskorting voor elektrische auto’s van vijf tot acht jaar oud. “De greentimerregeling kan zorgen voor een financieel aantrekkelijk en milieuvriendelijk alternatief voor de groep die nu gebruikmaakt van de youngtimerregeling,” aldus de staatssecretaris. Waarom die regeling zo specifiek geldt voor auto’s tot acht jaar oud blijft echter een raadsel.
‘Waardeloos voorstel’
Wouter van Embden, die namens de youngtimerbranche strijdt voor een geleidelijke afbouw van de youngtimerregeling, is niet te spreken over de voorstellen van het kabinet. Hij spreekt zelfs over een ‘waardeloos voorstel’. Zijn strijd is dan ook nog niet gestreden. “Niemand, maar dan ook niemand, staat nog achter de afschaffing van de youngtimerregeling zoals die vorig jaar is ingevoerd. Het is een wet die er nooit had mogen zijn, waarom moeten we dan nu überhaupt voor dekking zorgen. Dat is ons probleem niet. In de motie van de Tweede Kamer wordt bovendien voorgesteld het bijtellingspercentage te verhogen. Volgens de staatssecretaris kan dat niet zomaar, omdat er een relatie bestaat tussen het bijtellingspercentage en het privévoordeel dat je hebt van het gebruik van je zakelijke auto. Tot je dienst, maar zeventien jaar geleden kon dat wél. De staatssecretaris legt nergens uit waarom het toen wel kon en nu niet.”
Dat zijn niet de enige grieven van Van Embden. “Het is absurd dat de greentimerregeling voor auto’s van vijf tot acht jaar oud bedoeld is. Ik heb daar al vaker voor gewaarschuwd, dan worden die auto’s na acht jaar alsnog geëxporteerd. Daarom hebben wij voorgesteld om een e-timerregeling in te voeren waarbij de dagwaarde de grondslag voor de bijtelling is, net als bij youngtimers. Als iemand deze regeling overweegt, zou ik zeggen: koop liever een nieuwe.” Toch is Van Embdens voornaamste bezwaar van een heel andere aard. “De bedoeling van de motie die de Tweede Kamer in maart aannam, was om de branche snel duidelijkheid te verschaffen. Nu wordt het over de zomer heen getild en zitten zowel de branche als de youngtimerrijders nog maanden in onzekerheid.” Uit cijfers van RDC blijkt inderdaad dat de youngtimerverkoop in de eerste vijf maanden van 2026 significant lager is. Van Embden: “Voor Haagse begrippen is dit misschien een snelle reparatie, maar voor die ondernemers die vechten om het hoofd boven water te houden is het een eeuwigheid.”
Grootste knelpunten pseudo-eindheffing aangepakt
Er was ook nog enig positief nieuws te vinden in de Kamerbrief van staatssecretaris Eerenberg. De grootste knelpunten rondom de pseudo-eindheffing worden namelijk aangepakt.
De pseudo-eindheffing is een extra belasting voor werkgevers die ingaat op 1 januari 2027. Voor zakelijke auto’s die ook privé worden gebruikt, betaalt de werkgever dan een belasting van 12 procent over de cataloguswaarde, tenzij het om een elektrische auto gaat. De nieuwe belasting geldt alleen voor werkgevers, dus niet voor zzp’ers. Bovendien gaat het om auto’s tot 25 jaar oud. Bij auto’s van 25 jaar en ouder is er nog steeds een pseudo-eindheffing, maar wordt gekeken naar de marktwaarde.
Voor vervangende auto’s die worden ingezet tijdens onderhoud, reparatie of schadeherstel komt een vrijstelling van de pseudo-eindheffing. Ook voor kortdurende zakelijke verhuur komt een uitzondering, voor een periode van maximaal zeven aaneengesloten dagen. Bovendien worden lesauto’s volledig vrijgesteld van de pseudo-eindheffing, omdat rijscholen genoodzaakt zijn in fossiele auto’s rond te rijden, aangezien dit nodig is voor een volwaardig rijbewijs B.