Een oneerlijk onderscheid tussen ondernemers. De heffing geldt wel voor bv's en dga's, maar niet voor de ongeveer 1,8 miljoen zzp'ers en eenmanszaken. Precies dezelfde auto is bij de ene ondernemer wel belast en bij de andere niet. Er zijn zelfs aanwijzingen dat ondernemers hun bv omzetten naar een eenmanszaak om aan de heffing te ontkomen. Zo ontstaat er geen vergroening, maar ontwijking.
Op termijn ook een straf op bestaande auto's. In eerste instantie geldt de heffing voor nieuwe gevallen, maar na afloop van het overgangsrecht in 2031 valt ook het huidige wagenpark eronder. Ondernemers die te goeder trouw in een fossiele auto van de zaak zijn gaan rijden, worden daarmee alsnog geraakt. Als je zo'n maatregel al invoert, doe het dan uitsluitend voor nieuwe auto's en eerbiedig bestaande gevallen. Bovendien daalt door dit vooruitzicht nu al de restwaarde van het bestaande wagenpark, nog vóór de heffing überhaupt van kracht is.
Marktverstorend in de volle breedte. De heffing verstoort niet alleen de verkoop van nieuwe auto's, maar werkt door in de hele keten. Fossiele zakelijke auto's worden moeilijker verhandelbaar en hun restwaarde daalt, wat de occasionmarkt ontregelt. Dat raakt vervolgens de garage- en autobedrijven die van de handel in en het onderhoud van deze voertuigen afhankelijk zijn. Een maatregel die op werkgevers is gericht, treft zo een veel bredere groep ondernemers.
Bijzonder complex, ook voor de Belastingdienst. De regeling brengt een zware administratieve last mee, met veel onduidelijkheden en naar verwachting extra druk op de rechtspraak. Ook de Belastingdienst zelf wordt zwaarder belast door de ingewikkelde uitvoering.
Allerlei vervelende neveneffecten. Doordat de heffing per volle maand geldt en ook op tijdelijk en vervangend vervoer van toepassing is, leidt één leenauto bij onderhoud of schade al tot een forse heffing. Gezamenlijk kan dit oplopen tot een collectieve kostenpost van honderden miljoenen tot een miljard euro per jaar. Ook bestaat het risico dat werkgevers de auto van de zaak afschaffen en hun personeel in een oudere, vervuilender privéauto laten rijden, precies het tegenovergestelde van wat de maatregel beoogt.
Weer een extra knop om aan te draaien. Met deze aparte heffing, buiten de reguliere systematiek om, geeft de overheid zichzelf opnieuw een instrument om naar believen aan te draaien. Dat ondermijnt de voorspelbaarheid waar ondernemers juist behoefte aan hebben.
Er zijn betere alternatieven. Het doel, elektrisch rijden stimuleren, onderschrijven wij. Maar dat is beter te bereiken, bijvoorbeeld met positieve prikkels die schoon rijden aantrekkelijk maken, dan met een heffing die ondernemers straft, ontwijking uitlokt en de markt verstoort.