Pseudo-eindheffing: fossiele boete voor bedrijven

Over dit dossier

Vanaf 2027 wil de overheid een pseudo-eindheffing invoeren: werkgevers gaan dan 12% per jaar betalen over de cataloguswaarde van elke fossiele of hybride auto van de zaak die ook privé gebruikt mag worden. De maatregel moet bedrijven aanzetten tot elektrisch rijden, maar schiet daarin op meerdere manieren tekort. Stichting Autobelangen vindt dat de pseudo-eindheffing niet moet worden ingevoerd, ook niet in aangepaste vorm. In dit dossier leest u waarom, en welke bezwaren wij zien.

Blijf op de hoogte

Ontvang updates over dit dossier. Schrijf je hier direct in en ontvang als een van de eerste onze nieuwsbrief. Uitschrijven is altijd mogelijk via de nieuwsbrief.

Wat is het probleem?

De pseudo-eindheffing is een nieuwe belasting die volledig voor rekening van de werkgever komt en niet mag worden doorberekend aan de werknemer. Zij geldt voor personenauto's op benzine, diesel of hybride die ook privé worden gebruikt, waarbij zelfs woon-werkverkeer als privégebruik telt. Volledig elektrische auto's zijn uitgezonderd.

De heffing bedraagt 12% van de cataloguswaarde per jaar. Bij een auto van 50.000 euro betekent dat 6.000 euro extra per jaar, bovenop alle bestaande kosten. De heffing werkt bovendien per maand: staat een auto ook maar één dag in een maand ter beschikking, dan is direct de volledige maandheffing verschuldigd.

In eerste instantie geldt de heffing alleen voor auto's die vanaf 2027 nieuw ter beschikking worden gesteld. Maar na afloop van het overgangsrecht, per 2031, valt ook het bestaande wagenpark eronder. Daarmee raakt de maatregel op termijn vrijwel alle fossiele auto's van de zaak in Nederland.

Wat vindt Stichting Autobelangen?

Wij vinden dat de pseudo-eindheffing niet moet worden ingevoerd. Niet in de huidige vorm, en ook niet in een aangepaste of versimpelde variant. Waar andere organisaties vooral vragen om de regeling werkbaar te maken, gaat ons bezwaar dieper: de maatregel is oneerlijk, ondoordacht en schadelijk, en er zijn betere manieren om hetzelfde doel te bereiken.

Wij delen het streven om elektrisch rijden te stimuleren; dat is en blijft nodig. Maar deze heffing doet dat op een manier die meer kapotmaakt dan ze oplevert. Ze maakt een oneerlijk onderscheid tussen ondernemers, raakt op termijn ook bestaande auto's, is bijzonder complex, verstoort de hele automarkt en kent tal van vervelende neveneffecten. Hieronder zetten we onze bezwaren op een rij.

Onze bezwaren op een rij

Een oneerlijk onderscheid tussen ondernemers. De heffing geldt wel voor bv's en dga's, maar niet voor de ongeveer 1,8 miljoen zzp'ers en eenmanszaken. Precies dezelfde auto is bij de ene ondernemer wel belast en bij de andere niet. Er zijn zelfs aanwijzingen dat ondernemers hun bv omzetten naar een eenmanszaak om aan de heffing te ontkomen. Zo ontstaat er geen vergroening, maar ontwijking.

Op termijn ook een straf op bestaande auto's. In eerste instantie geldt de heffing voor nieuwe gevallen, maar na afloop van het overgangsrecht in 2031 valt ook het huidige wagenpark eronder. Ondernemers die te goeder trouw in een fossiele auto van de zaak zijn gaan rijden, worden daarmee alsnog geraakt. Als je zo'n maatregel al invoert, doe het dan uitsluitend voor nieuwe auto's en eerbiedig bestaande gevallen. Bovendien daalt door dit vooruitzicht nu al de restwaarde van het bestaande wagenpark, nog vóór de heffing überhaupt van kracht is.

Marktverstorend in de volle breedte. De heffing verstoort niet alleen de verkoop van nieuwe auto's, maar werkt door in de hele keten. Fossiele zakelijke auto's worden moeilijker verhandelbaar en hun restwaarde daalt, wat de occasionmarkt ontregelt. Dat raakt vervolgens de garage- en autobedrijven die van de handel in en het onderhoud van deze voertuigen afhankelijk zijn. Een maatregel die op werkgevers is gericht, treft zo een veel bredere groep ondernemers.

Bijzonder complex, ook voor de Belastingdienst. De regeling brengt een zware administratieve last mee, met veel onduidelijkheden en naar verwachting extra druk op de rechtspraak. Ook de Belastingdienst zelf wordt zwaarder belast door de ingewikkelde uitvoering.

Allerlei vervelende neveneffecten. Doordat de heffing per volle maand geldt en ook op tijdelijk en vervangend vervoer van toepassing is, leidt één leenauto bij onderhoud of schade al tot een forse heffing. Gezamenlijk kan dit oplopen tot een collectieve kostenpost van honderden miljoenen tot een miljard euro per jaar. Ook bestaat het risico dat werkgevers de auto van de zaak afschaffen en hun personeel in een oudere, vervuilender privéauto laten rijden, precies het tegenovergestelde van wat de maatregel beoogt.

Weer een extra knop om aan te draaien. Met deze aparte heffing, buiten de reguliere systematiek om, geeft de overheid zichzelf opnieuw een instrument om naar believen aan te draaien. Dat ondermijnt de voorspelbaarheid waar ondernemers juist behoefte aan hebben.

Er zijn betere alternatieven. Het doel, elektrisch rijden stimuleren, onderschrijven wij. Maar dat is beter te bereiken, bijvoorbeeld met positieve prikkels die schoon rijden aantrekkelijk maken, dan met een heffing die ondernemers straft, ontwijking uitlokt en de markt verstoort.

Ons alternatief

Het kan veel eenvoudiger en eerlijker. In plaats van een aparte heffing voor alleen werkgevers, stellen wij voor om de bestaande bijtelling aan te passen: verlaag de bijtelling op elektrische auto's en verhoog die op fossiele auto's, uitsluitend voor auto's die vanaf 2027 nieuw worden aangeschaft.

Daarmee bereik je precies hetzelfde doel, het stimuleren van elektrisch rijden, maar dan beter. De aanpassing geldt voor iedereen die een nieuwe auto van de zaak aanschaft, dus ook voor de honderdduizenden zzp'ers en eenmanszaken die nu buiten de pseudo-eindheffing vallen. De oneerlijke rechtsongelijkheid verdwijnt, en ontwijking via een andere bedrijfsvorm heeft geen zin meer.

Omdat de maatregel alleen geldt voor nieuw aan te schaffen auto's, wordt niemand met een bestaande auto geraakt. Iedereen kan zijn keuze vooraf laten meewegen: wie vanaf 2027 een nieuwe auto van de zaak kiest, weet precies waar hij aan toe is. Bestaande gevallen worden volledig ontzien, en de overheid blijft een betrouwbare partner.

Bovendien sluit het voorstel aan bij een systematiek die al bestaat en die de Belastingdienst al uitvoert. Geen nieuwe, complexe heffing met aparte administratie en boeteregen, maar een eenvoudige aanpassing van de bijtelling via de knoppen die er al zijn.

Dossierteam

Voor dit dossier hebben we een team samengesteld uit ons eigen netwerk en dat van Stichting Autobelangen.

Wouter van Embden

Lobbyist

Wouter van Embden

Martijn Duivenvoorden

Adviseur

Martijn Duivenvoorden

David Joost Kamermans

Lobbyist

David Joost Kamermans

Betrokken partners

Deze partners zetten zich actief in voor dit dossier. Ze leveren kennis, tijd en middelen om de doelen ervan te ondersteunen en dragen bij aan de belangenbehartiging die erbij hoort.

Steun ons

Help ons jouw stem te laten horen en steun onze onafhankelijke strijd.

Stichting Autobelangen werkt zonder subsidie en zonder commercieel belang. Jouw steun stelt ons in staat juridisch en fiscaal onderzoek te doen, standpunten in te dienen en jouw stem te laten horen in Den Haag. Samen staan we sterker.