Over dit dossier
Per 1 januari 2026 is de wegenbelasting voor kampeerauto's verdubbeld. Waar camperbezitters jarenlang een kwarttarief betaalden, geldt nu een halftarief. Voor veel mensen betekent dat honderden euro's per jaar extra, terwijl er met een camper juist weinig kilometers worden gereden, en dan nog grotendeels in het buitenland.
Stichting Autobelangen vindt deze verdubbeling onterecht en wil dat zij wordt teruggedraaid. In dit dossier leest u waarom.
Blijf op de hoogte
Wat is het probleem?
De wegenbelasting voor kampeerauto's wordt berekend op basis van het gewicht van het voertuig. Een camper is nu eenmaal zwaar, en daardoor valt de aanslag hoog uit. Tot en met 2025 gold voor camperbezitters een kwarttarief, waarmee de wetgever erkende dat een camper anders wordt gebruikt dan een gewone auto. Per 2026 is dat kwarttarief vervangen door een halftarief. In de praktijk komt dat neer op een verdubbeling.
Voor een gemiddelde camper betekent dit ongeveer duizend euro extra per jaar. Een dieselcamper die vorig jaar rond de duizend euro aan wegenbelasting kostte, betaalt nu het dubbele. Het exacte bedrag hangt af van gewicht, brandstof en provincie, maar de orde van grootte is fors.
Die verdubbeling staat in geen verhouding tot het werkelijke gebruik van de Nederlandse weg. Uit onderzoek blijkt dat de Nederlandse camperaar gemiddeld ruim 3.000 kilometer per jaar in Nederland rijdt en meer dan 5.000 kilometer in het buitenland. Ruim tweederde van de kilometers wordt dus buiten onze landsgrenzen gemaakt, tijdens vakanties in Duitsland, Frankrijk of verder weg. Camperbezitters betalen fors meer Nederlandse wegenbelasting voor wegen waar zij nauwelijks gebruik van maken.
Daar komt bij dat de meeste camperbezitters daarnaast gewoon een auto hebben, waarvoor zij eveneens wegenbelasting betalen. Wordt de camper gebruikt, dan staat die auto stil, en andersom. Er wordt dus twee keer geheven voor weggebruik dat elkaar grotendeels uitsluit.
Wat vindt Stichting Autobelangen?
Wij vinden de verdubbeling van de wegenbelasting voor kampeerauto's onterecht, en wij willen dat zij wordt teruggedraaid.
Het kwarttarief bestond niet zomaar. Het was een erkenning van het feit dat een camper fundamenteel anders wordt gebruikt dan een gewone auto: weinig kilometers, vrijwel uitsluitend recreatief, en voor het grootste deel buiten Nederland. Die werkelijkheid is sinds de invoering van het kwarttarief niet veranderd, maar de belasting wel. Wat is veranderd, is niet het gebruik van de camper, maar de behoefte van de schatkist.
Daarmee wordt een groep mensen getroffen die niets verkeerd heeft gedaan en die haar keuze zorgvuldig heeft voorbereid. Er is vaak jarenlang voor een camper gespaard, en de aanschaf is doorgerekend op een budget dat ook de vaste lasten voor de jaren daarna moest dekken. Met een verdubbeling van de wegenbelasting klopt die berekening opeens niet meer. Dat treft in het bijzonder ouderen met een vast inkomen, die zo'n tegenvaller niet zomaar kunnen opvangen.
En het gebeurde op een inmiddels bekende manier: zonder overgangsrecht, en zonder dat camperbezitters of de branche zich erop konden voorbereiden. Precies zoals wij dat bij de youngtimerregeling hebben gezien.
Onze bezwaren op een rij
De heffing sluit niet aan bij het werkelijke gebruik. Een camper wordt belast naar gewicht, maar dat gewicht zegt niets over hoe vaak en waar ermee wordt gereden. De Nederlandse camperaar legt gemiddeld ruim 3.000 kilometer per jaar in eigen land af, tegenover meer dan 5.000 kilometer in het buitenland. Ruim tweederde van de kilometers wordt dus buiten Nederland gemaakt. Wie zwaar wordt belast voor het gebruik van de Nederlandse weg, mag verwachten dat hij die weg ook daadwerkelijk gebruikt.
Er wordt twee keer geheven voor hetzelfde weggebruik. De meeste camperbezitters hebben daarnaast een gewone auto, waarvoor zij ook wegenbelasting betalen. Rijdt de camper, dan staat de auto stil, en andersom. Er wordt dus dubbel geheven voor kilometers die elkaar grotendeels uitsluiten.
Het treft mensen die hun keuze zorgvuldig hebben voorbereid. Een camper is zelden een impulsaankoop. Er wordt vaak jarenlang voor gespaard, en de aanschaf wordt doorgerekend op een budget dat ook de vaste lasten voor de jaren daarna moet dekken. Met ongeveer duizend euro extra per jaar klopt die berekening niet meer. Dat raakt in het bijzonder ouderen met een vast inkomen.
Ingevoerd zonder overgangsrecht. De verdubbeling ging per direct in, zonder dat camperbezitters of de branche zich erop konden voorbereiden. Wie in 2025 nog een camper kocht op basis van de toen geldende regels, zag zijn lasten van het ene op het andere jaar verdubbelen.
De schade slaat neer in de hele camperbranche. Hogere vaste lasten maken campers minder aantrekkelijk, wat doorwerkt in de verkoop van nieuwe en gebruikte campers, in de verhuur, en bij dealers, inbouwbedrijven en camperbouwers. Een maatregel die op de bezitter is gericht, raakt zo een hele sector.
Er is geen milieuwinst. Camperbezitters gaan door deze heffing niet minder rijden; hun camper is geen dagelijks vervoermiddel maar een vakantievoertuig. Wat wél gebeurt, is dat mensen hun camper vaker gaan schorsen om de kosten te drukken. Van de beoogde vergroening is dus geen sprake, terwijl de rekening wel wordt gepresenteerd.
Steun dit dossier
Wat doet de stichting?
Stichting Autobelangen heeft dit dossier op de radar. Wij volgen de ontwikkelingen rond de wegenbelasting voor kampeerauto's op de voet en zijn ervan overtuigd dat de verdubbeling teruggedraaid moet worden.
Tegelijk zijn wij eerlijk over wat wij kunnen. Een succesvolle lobby in Den Haag kost veel tijd en doorzettingsvermogen, en die inzet kunnen wij alleen leveren als er voldoende steun voor is. Wij pakken dit dossier daarom op zodra genoeg camperbezitters laten weten dat zij achter ons staan.
Rijdt u een camper en vindt u ook dat deze verdubbeling van tafel moet? Laat het ons weten en steun ons werk. Hoe groter onze achterban, hoe zwaarder onze stem in Den Haag weegt, en hoe eerder wij dit dossier met volle kracht kunnen oppakken.
